Orang-oetan rehabilitatiecentrum Sepilok

De laatste stop op Borneo is Sandakan, wat helemaal aan de andere kant van het eiland ligt. We willen graag naar het orang-oetan rehabilitatiecentrum Sepilok. We kunnen voor de zoveelste keer in het vliegtuig stappen, maar er gaat voor de verandering ook een bus. De rit van Kota Kinabalu naar Sandakan duurt in theorie zo’n 6 uur. Op het busstation kopen we twee kaartjes en we zijn in totaal 86RM kwijt (ongeveer € 18,00). Voor dat geld krijgen we wel de VIP stoelen. We wisten niet eens dat die er waren en we hebben het idee dat ze deze stoelen vooral aan toeristen verkopen. Maar als we de bus instappen zien we dat we lekker ruime stoelen hebben met veel beenruimte. Toch fijn, die VIP stoelen!

Het eerste deel van de rit gaat door het Nationaal Park Kinabalu, waar ook Mount Kinabalu ligt. Het is mistig en de weg is vrij bochtig, maar daar heeft onze buschauffeur geen last van. Het is wel een mooi gezicht, de heuvels die verdwijnen in de wolken. Wel jammer dat we de berg zelf nu niet kunnen zien. Halverwege maken we een stop en kunnen we even een hapje eten. De rest van de rit is niet heel spannend, we zien vooral heel veel palmboom plantages. 7 uur later worden we gedropt bij het busstation wat zich helemaal buiten de stad bevind. Vliegen is sneller, maar deze rit was de moeite wel waard. Kota Kinabalu, Sandakan, Backpackjunkies

Sandakan

Met een taxi gaan we verder naar ons hotel. We rijden de hele stad door en het doet ons denken aan Johor Bahru. Het is niet één grote stad, maar het bestaat uit verschillende delen met daartussen veel natuur. Sandakan is het meest oostelijke punt van Sabah en de tweede grootste stad van dit deel. Het heeft 427.000 inwoners. De stad oogt een stuk minder modern dan Kota Kinabalu. En natuurlijk belanden wij in een buitenwijk van de stad. Het is goed te merken dat hier weinig toeristen komen, want iedereen spreekt ons aan. De shuttle service van het hotel die ons naar het centrum zou moeten brengen rijdt niet, dus zit er niks anders op dan naar het centrum te gaan lopen.

Centrum is een beetje een groot woord voor wat we aantreffen. Er is een busstation voor minibussen en gewone bussen. Het eerste winkelcentrum wat we tegenkomen blijkt een supermarkt te zijn. Even verderop zit dan een heus winkelcentrum met moderne winkels. En daar houd het dan ook mee op. Het is maar goed dat we hier zijn voor de orang-oetans en niet voor een stukje cultuur. Sandakan, Sabah, Borneo, Backpackjunkies

Op naar het orang-oetan rehabilitatiecentrum!

In Sepilok worden sinds 1964 wees geworden, gewonde of ontheemde oerang-oetans opgevangen met het doel ze in het wild terug te plaatsen. Het is park is ongeveer 43 vierkante kilometer groot en is onderdeel van de Kabili-Sepilok Forest Reserve. Er lopen zo’n 75 semi-wilde orang-oetans vrij in het reservaat rond. Orang-oetans komen tegenwoordig alleen nog in Borneo en Sumatra, Indonesië voor. Ze worden met uitsterven bedreigd. Het Sepilok Orangutan Rehabilitation Centre (SORC) is slechts één van de vier opvangcentra voor orang-oetans wereldwijd.

Vanuit Sandakan kun je met een rechtstreekse bus naar Sepilok, maar deze bus vertrekt pas om 9 uur. En de rit er naar toe duurt ongeveer drie kwartier. De orang-oetans worden om 10 uur gevoerd en dan is de kans het grootste dat je ze kan zien. Dus deze bus gaat eigenlijk te laat. Een medewerker van het hotel vertelt dat er om 8 uur nog een andere bus gaat. Deze stopt niet voor de deur, maar aan het begin van de toegangsweg. Het zorgt er in ieder geval voor dat we er op tijd zijn en dus pakken we die bus. Waar we in heel Azië vooral tegen het probleem aanlopen dat de buschauffeurs als formule 1 coureurs rijden, treffen we nu een bus die niet vooruit te branden is. Het schiet gewoon echt niet op. Een klein uurtje later worden we bij de toegangsweg afgezet. Gelukkig staat er een local met auto te wachten, en hij brengt ons voor 6RM (ongeveer € 1,30) naar het Sepilok Orangutan Rehabilitation Centre (SORC) toe. Dat scheelt weer 3 km lopen.

Aapjes kijken

Aangekomen bij het centrum gaan we eerst maar eens de toegangskaartjes kopen. Je betaalt 30RM (€ 6,35) per persoon + 10RM (€ 2,10) als je een camera mee wilt nemen. Je mag verder geen tassen, eten of drinken, of andere zaken meenemen. Die laat je achter in een kluisje. En voordat je het park binnen gaat moet je eerst je handen wassen met desinfecterende zeep. Op de plattegrond zien we dat het park zelf niet heel groot is. We kunnen naar het platform waar de orang-oetans gevoerd worden of naar de ‘nursery’. Het is nog lang geen voedertijd, dus gaan we (net als bijna iedereen) eerst die kant op.Sepilok Orangutan Rehabilitation Centre, Backpackjunkies

Het leuke van het opvangcentrum is dat je overal orang-oetans tegen kan komen. Ze worden per slot van rekening getraind om weer terug te gaan naar de natuur. Dus op weg naar de ‘nursery’ kijken we goed om ons heen. En al snel zien we de eerste orang-oetan in de boom zitten. Wat een gaaf gezicht! Even verderop zit er zelfs eentje naast het wandelpad. Natuurlijk wil iedereen vooraan staan, maar er zijn gelukkig verzorgers aanwezig die ervoor zorgen dat er geen gekke dingen gebeuren. Ze manen bezoekers aan om geen flits te gebruiken, afstand te houden, camera’s goed vast te houden (het blijven aapjes) en ook door te lopen, zodat andere bezoekers ook wat kunnen zien.

Al doende leert men

De ‘nursery’ is de speelplek van de jonge orang-oetans. Hier krijgen ze eten en leren ze belangrijke vaardigheden die ze later nodig hebben. Er loopt een verzorger die bepaalde vaardigheden voordoet, in de hoop dat de orang-oetans het oppikken. Een van de orang-oetans die we net bij de ingang zagen, hij is al wat groter, komt al koprollend binnen. Dit zorgt natuurlijk voor de nodige oeh’s en ah’s. Je ziet dat de orang-oetans echt dingen bestuderen, kijken wat er gebeurd. Zo pakt eentje een steen op, bekijkt het, gooit er wat zand over en legt hem dan weer weg. Toch niet interessant genoeg. Het is heel grappig om alle bewegingen te zien, zo onhandig, maar toch ook zo menselijk. Deze beestjes hebben een heel nieuw leven vol mogelijkheden gekregen door dit centrum. Veel van dit soort jonge orang-oetans overleefd het niet, of worden door de lokale bevolking als huisdier gehouden in een kooi. Dan zien we ze toch liever zo.

Is het al etenstijd?

Hoog tijd om door te gaan naar de voederplek. We zijn mooi vroeg en kunnen daardoor een plekje helemaal vooraan bemachtigen. Er is nu nog weinig te zien, maar langzaam aan wordt het steeds drukker. Een orang-oetan komt alvast een kijkje nemen, maar er is nog geen voedsel en teleurgesteld vertrekt hij weer.

Sepilok. orang-oetan, Backpackjunkies

Dan komt een van de verzorgers het platform op met een hele mand vol eten. Hij verspreid dit over het platform en vertrekt weer. Het duurt niet lang of er komt beweging. Een moeder met haar jong komt richting het platform en gaat daar lekker zitten om een hapje te eten. Van de andere kant komt er een orang-oetan die blijkbaar heel erg honger heeft. Hij pakt de hele tros met bananen en peuzelt deze lekker op, hangend aan één van de touwen. Hij durft niet zo goed in de buurt te komen van de moeder met haar jong. Het jong durft trouwens ook niet alleen op pad te gaan. Het zorgt er altijd voor dat het contact heeft met de moeder.

Helaas blijft het daarbij, blijkbaar hebben de overige orang-oetans genoeg voedsel gevonden in het bos. En dus houden we het voor gezien en gaan terug naar het begin. Hier draait nog een informatiefilm waarin wordt uitgelegd wat het centrum precies doet en hoe ze te werk gaan. Een mooie afsluiting om het plaatje compleet te maken.

Terug naar Kuala Lumpur

Deze keer kunnen we wel een rechtstreekse bus naar Sandakan pakken, al moeten we even wachten tot hij vertrekt. Dit was ons laatste bucketlist-item voor Borneo, het is tijd om terug te gaan naar Kuala Lumpur. Wat zijn we blij dat we deze kant op zijn gereisd en wat hebben we mooie dingen gezien. Het thema van Borneo was natuur. We hebben verschillende nationale parken bezocht, veel regenwoud gezien, verschillende dieren gespot en gewoon een toptijd gehad.

Sandakan, Kuala Lumpur, Backpackjunkies

Het vliegveld in Sandakan is niet heel groot. We vliegen om 6 uur, maar er is eigenlijk geen fatsoenlijke eetgelegenheid. Dus slaan we chips en koekjes in en gaan we voor een laat diner in Kuala Lumpur. Er is slechts één vertrekhal waar iedereen wacht totdat het vliegtuig klaar is om te boarden. Ook hier een hoog tempo. We zien, net als in Mulu, het vliegtuig landen, iedereen uitstappen en voor we het weten mogen we al boarden. Een kleine drie uur later staan we weer in Kuala Lumpur. We zijn hier nu een paar keer eerder geweest en het voelt een beetje als thuiskomen. Alles is bekend, we weten waar we heen moeten en hoe alles werkt. Tijd om even tot rust te komen, voordat we de rest van Maleisië gaan verkennen.

Vind je dit leuk? Pin het!

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op
Linda | travellersoftheworld
Gast
Linda | travellersoftheworld

Wat een prachtige foto’s! wij zijn in Sarawak naar Semmengoh geweest en ik vond het geweldig om Orang-oetans van zo dichtbij in het semi-wild te zien. Jullie hebben er nog veel meer gezien dan wij er al zagen volgens mij, wat een mooie ervaring. Naar dit deel van Borneo zou ik ook graag eens gaan, het lijkt me prachtig. Het reisadvies hield ons alleen tegen

Ctheworld- Claudia
Gast

Leuk om te lezen. Wij waren hier in 2010 en hebben ze daarna ook nog in het wild gezien tijdens een trekking. Orang-Oetans zijn magnifieke beesten om te zien. En in Sepilok kom je super dichtbij. Laten we hopen dat het werk van het rehabilitatiecentrum voldoende helpt om uitsterven te voorkomen. Want dat zou echt verschrikkelijk zijn!

Rose
Gast
Rose

Wat een mooie dieren! Fijn om te lezen dat ze opgevangen worden met als doel ze uit te zetten in het wild. Ik zou deze plek graag eens bezoeken!

Ana Rita
Gast

Zo schattig dat je hier oerang oetans kunt bekijken en weten dat ze later weer een mooi leven gaan hebben in de natuur 🙂 Ik vind dieren ontzettend leuk maar heb een beetje moeite met dierentuinen omdat ze dan geen vrij leven hebben..